Bakkerij Blankendaal

Bakkerij Blankendaal, waar bakken nog een ambacht is...

020-6790172 [email protected]

Bij ons in Zuid...

Bij ons in Zuid...

 

Een bakker is soms net een mens en net als de meeste mensen hebben zij ook hobby’s. Eén van mijn hobby’s is schrijven, dus hoop ik u wekelijks te verrassen met een stukje onder de rubriek Bij ons in Zuid…

 

Er zijn van mij ook twee boeken verschenen:

Help mijn dochter pubert (ook in het Engels verschenen)

en

Oh, Eerwaarde

Beiden zijn te koop bij elke erkende boekhandel, bij Bol.com, bij Ako.nl, bij Bruna.nl, etc.

Mocht u een gesigneerd exemplaar willen kunt u altijd een boek in onze winkel kopen, ik signeer het dan graag voor u!

Een aantal van de eerder geplaatste stukjes in deze rubriek zijn gebundeld in het boekje 

Zadelpijn in Zuid.

Dit boekje is bij ons te koop voor 14,95

 

Uiteraard zijn deze verhaaltjes pure fantasie en niet gebaseerd op de werkelijkheid

view:  full / summary

Gezag

Posted on April 28, 2021 at 6:20 AM Comments comments (0)

Gezag

 

Terwijl ik een Duinpan voor Paul stond in te pakken stormde die ineens naar buiten. Aan de overkant stond een bergingswagen een auto op te laden die geparkeerd stond bij een oplaadpaal. Paul ging heftig tekeer tegen de twee mannen die echter onverstoorbaar door gingen met hun werk. Even later kwam Paul met een verhit hoofd de winkel weer binnen. ‘Dit is toch niet normaal, het zal je auto maar wezen,’ zei hij driftig. ‘Tja, maar het staat duidelijk aangegeven. Je moet hem daar ook niet neer zetten. Ik weet niet van wie die wagen is anders had ik hem of haar wel even gewaarschuwd maar ik heb geen idee, waarschijnlijk niet van een Amsterdammer want die zou daar nooit een benzineauto neerzetten.’ Paul, een goede zestiger, schudde zijn hoofd, ‘Ik kan daar zo slecht tegen hè. Ik kan helemaal niet tegen gezag, vroeger al niet. De schoolmeester, de dominee, de politieagent, mijn vader, allemaal hadden ze zogenaamd gezag, nou ik schijt erop! Mijn vader ook altijd, doe dit, doe dat, en als ik vroeg waarom kreeg ik als antwoord: omdat ik het zeg! Man, man, ik heb het nog steeds, als een wegwerker mij een bepaalde kant opstuurt word ik alweer dwars. Al die regeltjes…’ ‘Nou ja,’ vergoelijkte ik, ‘er moeten natuurlijk regels zijn, anders kun je niet samenleven. En we zullen ons allemaal aan bepaalde regels moeten houden.’ Paul zijn lange grijze haardos ging opstandig heen en weer, ‘Ik moet helemaal niets.’ ‘Of je het nou leuk vindt of niet, we moeten best wel veel. Als het stoplicht op rood staat moet ik stoppen want het andere verkeer rekent daar op. Wanneer iemand het zebrapad op loopt moet hij van op aan kunnen dat het verkeer voor hem stopt. Zo zit de samenleving in elkaar en dat is maar goed ook anders kun je niet samenleven, zo simpel is het nu eenmaal. Sommige regels gaan wel eens te ver, maar zonder regels kunnen we gewoon niet.’ ‘Ja praat alles maar goed,’ mopperde Paul, ‘waarschijnlijk ben jij anders opgevoed dan ik maar ik kan nou eenmaal niet tegen gezag. Van niemand! Het spreekwoord zegt niet voor niets: wat de hoge heren wijzen moeten de gekken prijzen.’ Ik begon te lachen en van de weeromstuit lachte Paul maar mee.

 

Tuintje

Posted on April 19, 2021 at 7:50 AM Comments comments (0)

Tuintje

 

Gerard kwam zijn dagelijkse Turfstekertje ophalen. Hij was begin zestig en sinds vorig jaar door zijn baas met pre-pensioen gestuurd. Overigens zeer tegen zijn zin. Hij woonde in de Van Tuyll van Serooskerkenweg op één hoog. Hij woonde alleen, zijn vrouw Gerda was een jaar of zes geleden overleden. ‘Wat een mooi weekend hebben we achter de rug hè, Bert.’ Ik knikte en zei dat ik de hele zondag buiten was geweest. ‘Ik ook hoor, ik heb de hele dag op mijn balkon gezeten. Boekje erbij, koud pilsje erbij, de radio zachtjes aan, man wie doet je wat.’ Hij keek even wat minder enthousiast, ‘Op zulke dagen vind ik het alleen jammer dat ik geen tuintje heb. Goh, dat zou Gerda ook graag gewild hebben. Nu zit je wel lekker buiten maar je hebt verder geen ene moer te doen, heb je nou een tuintje dan ben je lekker bezig. Dat lijkt me helemaal fantastisch.’ Hij legde zijn pasje op het pinapparaat, ‘Mijn benedenbuurvrouw die heeft pas echt groene vingers, die heeft de mooiste clitoris die ik ooit gezien heb.’ Ik knipperde met mijn ogen, was dit een grap of een Freudiaanse verspreking, ik had geen idee. Voorzichtig vroeg ik, ‘Wat heeft jouw buurvrouw?’ ‘De mooiste clitoris die ooit gezien heb. Je weet wel, van die roze bloemetjes. Man, d’r hele schuur is zomers één bloemenzee.’ Even moest ik al mijn botanische kennis bij elkaar schrapen, ‘Oh je bedoelt een clematis.’ Gerard keek mij onschuldig aan, ‘Ja dat is hem, wat zei ik dan?’ Ik schudde zogenaamd peinzend mijn hoofd, ‘Ik weet niet precies, maar je maakte er volgens mij wat raars van.’ Gerard maakte een achteloos gebaar, ‘Nou ja, als je maar begrijpt wat ik bedoel.’ Hij stak zijn hand op en verliet de winkel. Ik kon nu vrijuit lachen, maar bedacht wel dat het vervelend was dat zijn onderbuurvrouw waarschijnlijk over een uurtje in de winkel zou staan.

 

Onze postbode

Posted on March 31, 2021 at 5:30 AM Comments comments (0)

Onze postbode

 

Twee panden naast onze bakkerij in de Amazonenstraat zit een klein sorteercentrum van postnl. Van daaruit vertrekken dagelijks een aantal postbodes om hun ronde te lopen. Drie jaar geleden kwam een van de postbodes in de winkel en stelde zich voor als Ferry Wieringa (geen familie van), hij was midden veertig, slank, met kort haar. Hij vertelde dat hij eigenlijk schrijver-journalist was en verbaasde zich er over dat ik ook weleens een boekje schreef, ‘Ik kan me niet indenken dat er nog één bakker is die boekjes op zijn naam heeft.’ Ik zei dat ik daar geen idee van had. ‘Ik vind het zo uniek, daar zou ik wel eens een artikel over willen schrijven.’ Ik vond het best en we spraken af dat hij een paar ochtenden in de bakkerij kon zitten en ondertussen wat vragen kon stellen. Zo zat hij een paar dagen later voor het eerst op een stoel in een hoekje voor de rijskast. Aandachtig om zich heen kijkend en af en toe een vraag stellend. Hij kwam nog vaak terug en schreef menig schriftje vol. Na een aantal maanden zei hij voldoende materiaal te hebben om een artikel te schrijven, vervolgens kregen wij af en toe een mail waarin hij schreef dat het nog niet erg opschoot maar dat het artikel er beslist een keer zou komen. In december 2019 stuurde hij een bevriende fotograaf om wat sfeerfoto’s van ons in het bedrijf te maken. Weer hoorden wij geruime tijd niets. Ferry mailde dat hij een synopsis van zijn verhaal had gestuurd naar Het Parool en naar de NRC. In 2020 meldde hij dat hij het had voorgelegd aan Ons Amsterdam. Daarna kwam er weer een periode van stilte. Tot twee weken geleden, hij had de Amsterdamse straatkrant Z!, de krant voor de dak- en thuislozen, bereid gevonden om zijn verhaal te publiceren en sloot tevens de laatste versie bij. Hierover hadden wij nog wat contact en er kwam ook en fotografe langs om nog wat foto’s te maken. Het resultaat is een erg aardig artikel met werkelijk prachtige foto’s in de Z! van deze week. Ik raad iedereen aan om het even te lezen, en mocht u denken: wat kan mij dat artikel over die bakkerij schelen, wanneer u uit de supermarkt komt koop het blad dan toch maar, u steunt in ieder geval onze dak- en thuislozen!

 

Tja, vreemdje beet

Posted on March 15, 2021 at 6:35 AM Comments comments (0)

Tja, vreemdje beet

 

Hij kwam zo’n drie jaar geleden voor het eerst in de winkel. Een man van rond de vijftig met grijs haar in een staart. Hij ging toen meteen aan de koffietafel zitten en vroeg, ‘Heb je voor mij een koppie kofje?’ Ik dacht dat het een verspreking was en reageerde er verder niet op. Toen ik de koffie bij hem neerzette zei hij, ‘Bedankt, en doe er ook maar een gekoekte vul bij.’ Nu keek ik hem wat bevreemd aan maar hij verblikte of verbloosde niet en dus gaf ik hem er een gevulde koek bij op een schoteltje. Hij betaalde en verliet de winkel met een welgemeend ‘daggegoei.’ Sinds die tijd komt hij drie of vier maal per week maar altijd verhaspelt hij zijn bestelling. Natuurlijk is het voor mij de sport om niet te vragen wat hij bedoelt maar zonder te reageren zijn bestelling klaar te maken. Volgens mij irriteert dat hem want hij maakte de combinaties steeds moeilijker. Een slagje geroom is een slagroomgebakje, een halfje gewitte snee bleek een halfje wit gesneden en bij een kakoekneel (waar ik wel even bij moest nadenken) pakte ik een kaneelkoek voor hem. Na een paar weken begon hij ineens een gesprek, ‘Denk jij nou nooit eens wat praat die vent raar?’ ‘Natuurlijk wel, ik dacht eerst dat het een of andere dyslectische aandoening was maar ik begreep al gauw dat je het expres deed,’ antwoordde ik, ‘maar goed, zolang ik je kan volgen, en weet wat je bedoelt gaat het toch.’ ‘Ja bakker, ik heb hier een sport van gemaakt. Samen met mijn zoon kunnen we hele avonden kromlullen, je moet de mensen eens zien kijken op een feestje of verjaarspartijtje of zoiets, we lachen ons inwendig kapot.’ Ik zag er niet direct de humor van in, het leek mij bovendien enorm vermoeiend en voor de luisteraars uitermate vervelend. ‘Jij kan het altijd goed volgen,’ zei hij met iets van bewondering in zijn stem, ‘heb jij hier vaker mee te maken gehad?’ Gelukkig niet, dacht ik. ‘Nee jij bent de eerste, maar ik heb misschien je zoon nog nooit in de winkel gehad.’ Ik keek hem vragend aan, ‘Maar word je het zelf niet een keertje zat? Ik bedoel, het moet toch ook erg vermoeiend zijn en je loopt het risico dat er constant gevraagd wordt wat nou precies de bedoeling is.’ ‘Maar dat is nou juist de kick, als ze je niet begrijpen zeg je het gewoon nog een keer, lachen jongen…’ Ik vond het allang best, hij liever dan ik. Maar de man stak lachend zijn hand op, ‘Daggegoei, kabber.’

 

Lelijk

Posted on February 15, 2021 at 7:40 AM Comments comments (0)

Lelijk

 

Ik had de vrouw die voor de toonbank stond nog nooit gezien. Ze was midden dertig en eigenlijk uitgesproken lelijk. Ze had een rechtopstaande neus waardoor je in haar neusgaten keek, norse ogen wat nog geaccentueerd werd door haar doorlopende donkere wenkbrauwen, een zogenaamde unibrow, en een misprijzend naar beneden wijzende mond. Haar haar was kort geschoren met een lange pluk aan de rechterkant. Nu kan natuurlijk niemand er wat aan doen wanneer hij niet echt knap is maar vaak wordt dat ruimschoots gecompenseerd door de blik van de ogen. Dat was hier helaas dus niet het geval. ‘Ik ben hier eergisteren komen wonen en ben nu de buurt een beetje aan het verkennen,’ zei ze. ‘Nou welkom in de buurt,’ reageerde ik, ‘ik weet niet waar u vandaan komt maar het is hier een heel prettig buurtje.’ De vrouw fronste haar wenkbrauw, ‘Nou ik vind het een totaal verouderde buurt, slecht geïsoleerde en heel gehorige huizen en bovendien verschrikkelijk saai.’ Dat was ik niet met haar eens, ‘Natuurlijk is het geen nieuwbouw, maar dit is geen saaie bouw. Berlage was niet voor niets beroemd om zijn stijl, kijk eens om je heen overal verschillende voordeuren, verschillende portieken, verschil in uitbouw. Deze buurt is echt uniek.’ De vrouw schudde haar hoofd met een onverschillige blik, ‘Nou ik vind het gewoon niks. En dan heb ik nog zo’n vieze homo boven me wonen, lekker hoor. Hoe eerder ik hier weer vandaan ben hoe liever het me is. Maar ja, ik ben net gescheiden en je moet toch ergens wonen.’ In gedachten feliciteerde ik haar ex-man. De vrouw vroeg om een lekker brood en ik raadde haar een speltbroodje aan. ‘Oh nee, die achterlijke flauwekul daar doe ik niet aan mee. Al die rare soorten die je tegenwoordig hebt, ga toch weg met die troep. Zo’n meergranenbrood ook, het lijkt wel vogelvoer. Geef maar een half bruin.’ Ik reageerde niet en pakte een halfje bruin voor haar in. Terwijl ze betaalde zei ze, ‘Jij mag ook wel eens naar de kapper.’ ‘De kappers zijn dicht, weet je nog,’ antwoordde ik. ‘Nou dan vraag je toch of je vrouw er een stuk afknipt of je haalt gewoon zelf een tondeuse er over.’ ‘Dat lijkt me niet zo’n goed idee,’ zei ik rustig. ‘Als ik een haar in mijn brood vind kom ik er mee terug,’ zei ze dreigend. ‘ ‘Fijn,’ zei ik, ‘dan kan ik hem er weer opplakken.’

 

Chris

Posted on February 8, 2021 at 7:55 AM Comments comments (0)

Chris

 

Chris kwam een gebakje halen. ‘Weet je Bert, ik ben vandaag jarig en er komt niemand maar ik dacht ik ga toch een gebakje halen, toch?’ Ik knikte, ‘Ja het is nu eenmaal niet anders, maar je hebt groot gelijk, bij je verjaardag hoort een gebakje.’ Ik deed zijn gebakje op een schaaltje, ‘Hoe oud ben je nu geworden?’ ‘Vierenzestig,’ was het antwoord. Ik wist dat Chris al zo’n twintig jaar geleden gescheiden was en twee kinderen had, een zoon en een dochter. Inmiddels had hij ook al drie kleinkinderen. ‘Ik ben benieuwd of ik nog wat hoor, maar dat zal wel weer niet,’ bromde hij. Hij keek mij verstoord aan, ‘Nooit, of nooit…, maar al zeker vijf jaar hoor ik nooit wat bij mijn verjaardag. Ik vind het een grote schande, maar ja…, het is wat het is.’ ‘Je hoort nooit wat bij je verjaardag? Ook niet van je kinderen of je kleinkinderen?,’ vroeg ik verbaasd. ‘Niks, geen kaartje, geen telefoontje, helemaal niks.’ ‘En wanneer zij jarig zijn, ga je daar dan wel heen?’ Chris schudde zijn hoofd, ‘Ikke niet, ik ben geen man voor feestjes en ik ben ook geen schrijver of beller. Nee, dat is allemaal niks voor mij. Maar daarom kunnen zij nog wel wat laten horen als hun vader jarig is.’ De verontwaardiging in zijn stem was duidelijk merkbaar. ‘Maar al ben je geen schrijver of beller,’ opperde ik voorzichtig, ‘je kunt toch wel een kaartje sturen? Doe je ook niets als een van je kleinkinderen jarig is?’ ‘Nee hoor, daar heb ik allemaal geen zin in. Als ik ze op straat tegen zou komen zou ik ze geeneens herkennen. Wat zal het me ook allemaal interesseren? Ze zoeken het allemaal maar uit. Ik laat hun met rust en zij laten mij met rust, prima toch?’ Ik begreep hier niets van, ‘Maar je vindt wel dat zij je nu moeten feliciteren, dat is dan toch een beetje krom?’ Chris keek mij nu bozig aan, ‘Ik ben wel hun vader en hun opa, ja.’ Maar zij zijn wel je kinderen en kleinkinderen, dacht ik maar ik besloot wijselijk mijn mond te houden. Chris bestelde nog een halfje wit, ‘Kinderen zijn de meest ondankbare schepsels die er zijn, jarenlang heb ik die verdomde alimentatie voor ze moeten betalen en nu kan ik wat hun betreft dood vallen. Het zijn gewoon ondankbare honden.’ Weer hield ik mijn mond. Chris rekende af, ‘Dat rappalje zal nog lelijk op hun neus kijken als ik dood ben. Ik zorg wel dat er geen stuiver overblijft, niet eens genoeg voor de begrafenis.’ Het klonk grimmig. Toen hij de winkel verliet wenste ik hem toch nog een fijne verjaardag, hij keek mij aan waarbij hij zich waarschijnlijk afvroeg of ik het meende.

 

Merel

Posted on February 1, 2021 at 5:10 AM Comments comments (0)

Merel

 

Vandaag zag ik Merel weer eens. Ze woonde meer dan vijftien jaar aan de overkant tot ze, ze zal toen een jaar of zestien geweest zijn, met haar ouders verhuisde naar Almere. Ze was uitgegroeid tot een mooie vrouw, lang met donker krullend haar tot op haar schouders. Op de vraag hoe het met haar ging antwoordde ze dat ze weer in Amsterdam woonde, in oost, op de Middenweg. Ze had een eigen reclamebureau en woonde samen. Toen ik vroeg hoe het met haar ouders, Pieter en Nelly, ging zei ze dat daar geen contact meer mee had. ‘Ik kwam thuis met Barry en in het begin was er geen enkel probleem. Hij bleek in hetzelfde dorp als mijn vader geboren te zijn. Tot mijn vader zijn achternaam hoorde. Wat denk je, zijn opa was lid geweest van de NSB en dat is de reden dat mijn vader Barry onmiddellijk het huis uit zette en mij verbood om ooit nog met hem om te gaan. Nou, ik kies natuurlijk onvoorwaardelijk voor Barry en zodoende…’ Ze zweeg even en zei toen hoofdschuddend, ‘Wat kan Barry er nou aan doen dat zijn opa zo was, hij heeft die man zelfs nooit gekend…, ik bedoel maar…’ Ze had er duidelijk moeilijk mee. Ik wist ook niet wat ik zeggen moest. ‘Hoelang is dat nou geleden?,’ vroeg ik. ‘Drie en half jaar alweer,’ antwoordde ze. Ze schudde haar haren naar achter, ‘Ik heb ze nog wel een verhuisbericht gestuurd dus als ze willen praten weten ze waar ze me kunnen bereiken maar blijkbaar willen ze dat nog steeds niet. Nou ja, het is niet anders.’ Ik begreep dat ze nu wel klaar was met dit onderwerp en vroeg hoe het met haar bedrijf ging, wat haar vriend deed en of ze nog steeds zo’n hartstochtelijk Ajaxsupporter was. Het was leuk haar weer eens te zien en ze ging opgewekt de winkel uit, belovend dat ze snel weer eens langs zou komen. Ik vertelde het hele verhaal aan mijn vrouw en die schudde vol ongeloof haar hoofd, ‘Ik weet wel dat haar opa van vaders kant in het verzet heeft gezeten, dat heeft Pieter mij wel eens verteld maar daar kun je zo’n jongen toch niet op aankijken.’ Ze zuchtte, ‘Zo is die jongen in de eenentwintigste eeuw nog steeds een oorlogsslachtoffer en Merel ook.’ Ik knikte, ‘Misschien Pieter en Nelly ook wel, nou hebben ze één dochter en daar breken ze mee. Houdt die rotoorlog nou nooit eens op?’

 

Pascal

Posted on January 25, 2021 at 7:50 AM Comments comments (0)

Pascal

 

Pascal was al jaren een vaste klant. Hij woonde in de Hectorstraat en was inmiddels begin zeventig. Hij had jaren samengewoond met Marcel maar die was twee jaar geleden overleden. ‘Gelukkig waren we getrouwd, dus ik heb nu ook een deel van zijn pensioen.’ Vanmorgen was hij in de winkel en vroeg op klagende toon, ‘Wat denk jij Bert, zou de Gay Pride dit jaar nou wel doorgaan?’ Ik wist het natuurlijk niet, ‘Dat zal afhangen van de ontwikkelingen met het coronavirus en hoe ver ze dan zullen zijn met vaccineren.’ Pascal knikte, ‘Maar het is zo zonde, het is toch pure propaganda voor ons.’ Ik trok mijn wenkbrauwen op, ‘Ik weet het niet, volgens mij zijn voor de acceptatie van homo’s andere dingen veel belangrijker. Ik denk dat bijvoorbeeld vroeger Albert Mol en later Jos Brink en nu Andre van Duin veel meer invloed hebben gehad qua acceptatie dan een stelletje leernichten op zo’n boot.’ Pascal begon te lachen, ‘Maar het is wel ons feestje hè? Ik geniet er in ieder geval enorm van en de mensen langs de kant volgens mij ook.’ ‘Dat zal best,’ antwoordde ik, ‘maar het is volgens mij voor de meesten meer aapjes kijken dan dat het ze tot nadenken stemt.’ Pascal keek nu peinzend, ‘Je lijkt nu Marcel wel, die wilde ook nooit mee. Die vond de hele Gay Pride maar aanstellerij en aandachttrekkerij,’ hij schudde zijn hoofd, ‘nee, die zei altijd: doe nou maar gewoon dan doe je al gek genoeg.’ Hij begon te lachen, ‘Dus ik hoef jou ook niet te vragen om een keertje mee te gaan,’ concludeerde hij. ‘Nee, maar dat was je toch al niet van plan. Ik vind het allemaal prima hoor, mij stoort het niet maar ik hoef er niet naar te kijken, ik zit niet op een paar schuddende billen te wachten,’ lachte ik. Pascal keek een beetje verongelijkt, ‘Ik vind het maar saai hoor, jij vindt dus ook dat iedereen normaal moet doen.’ Ik dacht even na, ‘Nee normaal dóen, daar wordt je volgens mij pas echt gek van.’ Pascal pakte zijn speltbroodje van de toonbank, terwijl hij zich omdraaide zei hij, ‘Neem nou maar van mij aan Bert, vrijen met een nicht, vrijt lekker licht.’ Dat kon ik niet op me laten zitten, ‘Maar vrijen met een vrouw, dat is waar ik van hou!’ We moesten er beiden om lachen.

 

Teun

Posted on January 19, 2021 at 6:25 AM Comments comments (0)

Teun

 

Voorheen kwam Teun iedere ochtend rond acht uur een cappuccino drinken met daarbij een croissantje. Hij ging dan rustig zitten om op zijn gemak de krant van a tot z te lezen. Wanneer ik de winkel in kwam, kreeg ik eerst van Teun zijn commentaar op het nieuws. Altijd met een kwinkslag maar wel scherp, wanneer je hem dan van repliek diende genoot hij zienderogen. Als hij zo’n drie kwartier later klaar was nam hij nog een half volkorenbrood mee om dan met een opgewekt ‘Tot morgen’ weer naar huis te gaan om zijn vrouw te wekken. Bij mooi weer zat hij buiten op de bank omdat hij dan ook een sigaartje op kon steken maar meestal zat binnen aan de koffietafel. Bij het begin van de eerste lockdown vroeg hij ook om een cappuccino en een croissant, mijn vrouw zei toen, wijzend naar de mededeling op de tafel, dat hij de cappuccino in een meeneembeker kon krijgen maar dat hij niet meer binnen kon zitten. (wij hadden de stoelen ook allemaal verwijderd) Dat viel niet zo goed, ‘Ach kom nou, ik ben al drieëntachtig. Zulke maatregelen zijn niet voor mij, ben je nou helemaal gek. Ik heb nou al zoveel meegemaakt, die corona overleef ik ook wel, al die paniek…, ik word er niet goed van. Geef mij nou maar gewoon m’n bakkie en mijn croissantje, ik doe niet mee aan die flauwekul.’ Mijn vrouw schudde haar hoofd, ‘Nee Teun, dat gaat echt niet. Het mag niet en dat geldt voor iedereen dus ook voor jou, het spijt me.’ Teun verliet boos de winkel, en tot nu, we zijn inmiddels zo’n tien maanden verder hebben wij hem niet meer terug gezien. Deze week vertelde een buurvrouw van hem dat hij met corona opgenomen was in de VU. We hebben hem een kaartje gestuurd.

 

Thérèse

Posted on January 11, 2021 at 4:15 AM Comments comments (0)

Thérèse,

 

Thérèse van Ammerzoden heette ze, ongeveer van halverwege de zestig en haar man bekleedde een hoge positie bij de Nederlandsche Bank. Ze woonde in de Vondelstraat. Drie maal per week kwam ze brood en wat lekkers halen. Ondanks haar wat geaffecteerde stem was ze altijd heel vriendelijk. Zelfs wanneer ze ’s woensdag ging tennissen droeg ze nog haar parelketting onder haar trainingspak. Onlangs stond ze weer in de winkel, ze kocht drie verschillende broden, vier gebakjes, een ontbijtkoek, vier gevulde koeken en een rozijnbrood. Terwijl ik de bedragen op de kassa aansloeg kwam er een man de winkel binnen. Hij was gekleed in een spijkerbroek en een gewatteerd blauw jack en droeg hoge bergschoenen. Op zijn hoofd droeg hij een zwart mutsje waaronder zijn grijze haren verward uit piekten. Hij liet zijn blik over Thérèse gaan en keek toen nog wat aandachtiger, ‘Verrek ben jij dat Trees?’, vroeg hij toen. Thérèse keek om, ‘Pardon?’, zei ze met hoog opgetrokken wenkbrauwen. De man kreeg een brede smile op zijn gezicht, ‘God meid, dat is lang geleden, ken je me niet meer, ik ben Jaap.’ Hij trok zijn mutsje af om haar te overtuigen. Thérèse keek hem koel aan, ‘Ik denk dat u me verward met iemand anders.’ Jaap keek nu fronsend, ‘Ga toch weg, we zaten begin jaren tachtig in dat kraakpand op de Nieuwmarkt. We flikkerden nog samen die oude koelkast en de rest van het meubilair naar beneden toen de ME kwam. Je maakt mij niet wijs dat je dat niet meer weet.’ Thérèse keek nu erg ongemakkelijk, ‘Nogmaals u moet mij verwarren met iemand anders,’ en zich tot mij wendend, ‘hoeveel krijgt u, bakker?’ Ze rekende af en verliet de winkel, Jaap geen blik waardig keurend. Jaap keek haar peinzend na, ‘Ik weet zeker dat zij Trees is, ik vergeet nooit een gezicht. Ze was vroeger een stoot hoor, en seks…, nou ze lustte er wel pap van. Soms lag ze bij drie kerels in één nacht.’ Hij schudde zijn hoofd, ‘Dat was wel een mooie tijd, maar ja, we waren ook een beetje van het padje. Elke dag blowen, en maar ouwehoeren over wat er allemaal mis was met de maatschappij. Maar zelf aan het werk gaan, ho maar. We keken neer op die loonslaven…, maar ja verstand komt met de jaren hè?’ Hij pakte zijn broodje van de tafel, ‘Maar Trees, daar begrijp ik geen reet van, je vergeet dit toch niet en je denkt er toch met nostalgie aan terug?’ Hij haalde zijn schouders op, groette en verliet de winkel. De pest is alleen dat ik Thérèse nooit meer terug gezien heb.

 


Rss_feed